Lente

Lente

Ouder worden is kleinere doelen stellen. De nieuwe haring halen, de klok weer op wintertijd zetten, de eerste kruidnootjes, echte nachtvorst en daarna weer de paaseitjes. Op dit moment kijken we uit naar de eerste krokussen. We leven van hoogtepunt naar hoogtepunt. Daartussen zitten veel lege dagen. Maar die hebben ook weer hun piekjes, van een tweede koekje bij de koffie tot een smakelijke warme maaltijd als absolute climax.

Het eten levert dan ook de meeste gesprekstof op. Bij ons in het tehuis komt het wereldnieuws er niet meer in. Hooguit in verdunde vorm via bezoekers. Kortgeleden vertelde de dochter van mevrouw Knip dat er honderdduizenden kippen geruimd waren vanwege een ziekte. ‘Vandaar dat we tegenwoordig zo vaak kip eten,’ verzuchtte meneer Roos.

Het komt door zijn geheugen. Sinds ons tehuis zijn deuren voor buurtbewoners geopend heeft, is het menu juist afwisselender geworden. Je bent soms je vaste plek kwijt in de eetzaal, maar daar staan frivole gerechten tegenover. Dat is ook wat waard. Ik denk dat ik dat nog het meeste mis, sinds ik na de dood van mijn lieve vrouw hier woon.

Het diner van gisteravond was een nieuw hoogtepunt. Ina, het meest angstaanjagend lid van ons bedienend personeel, vroeg na de soep aan mevrouw Slotjes naast me: ‘Houdt u van vogelnestjes?’

‘Vogelnestjes? Ja hoor. Wie houdt er niet van?’ zei mevrouw Slotjes.

Ina gaf geen antwoord en kwakte een enorme bal gehakt op haar bord.

Het scheen een oud Vlaams recept te zijn. Een hardgekookt ei in een jasje van gefrituurde gehakt. We waren er allemaal stil van.

‘Het ei is nog koud,’ zei mevrouw Slotjes terwijl de doorgesneden bal ons met geelgroene ogen verwijtend aankeek.

‘Wist u dat Chinezen eieren eten die ze honderd dagen laten gisten? In de paardenurine, dacht ik,’ zei mevrouw Verbraeken.

Mevrouw Slotjes legde haar bestek neer. De rest van onze tafel koos voor de rookworst. Dan maar geen lente.