Barbie

Barbie

‘Ik werk nu zes jaar met Barbara en sinds een jaar is ze mijn baas. Geen enkel probleem wat mij betreft, een vrouw aan het roer. Dat moet gewoon kunnen, vind ik. Ook al heb ik twee jaar meer ervaring. Zolang ze maar snapt dat het om het aantal verkochte trucks draait! Haha! Ja, proost. Gezellig, moeten we vaker doen, even bijpraten.

Soms krijg ik verbaasde reacties als ik vertel dat een vrouw mijn meerdere is. Dat zijn dan van die traditionele figuren. Nee, ik zie het probleem niet. Nou is Barbara het type aardige baas, je weet wel: belangstelling voor het vrouwtje, begrip voor ziektegevallen. We hebben nu zelfs een kindercrèche. En dat in onze business! Toen onze kinderen klein waren, bleef Trees gewoon thuis. Ja, ze had geen keus. Ik moest de kost verdienen.

Barbara’s aanstelling was wel apart. Ze was in de race met mij en nog twee collega’s. Drie goed gekwalificeerde mannen werden dus afgewezen om haar een kans te gunnen. Ja jongen, je moet wat over hebben voor het zogeheten diversiteitsbeleid! Bij ons geen glazen plafond, moeten de aandeelhouders gedacht hebben. Nou heb ik het zelf meer op betonnen plafonds, maar mij zal je niet horen. Ik wil in ons bedrijf niet als conservatief te boek staan.

Juist, jij snapt het. Die plek kan zo weer vrijkomen.

Ik had vlak daarvoor nog samen met Barbara de cursus Leiderschap gevolgd. Daar heb ik goed leren focussen. En targets bepalen. Zij was meer met de anderen bezig, het groepsproces zogezegd. Hoor je mij niet over. Moet kunnen. Jij ook nog een biertje?

Je kent me, ik ben best ruimdenkend en zo. Het autoritaire model hoeft van mij niet. Daarom blijf ik gewoon dezelfde grapjes tegen Barbara maken als toen we nog collega’s waren. Elkaar een beetje uitdagen. Vindt ze leuk. De laatste tijd dol ik wat met haar over haar outfit. Qua uiterlijk kun je namelijk niet meer van een vrouw spreken. Ze is altijd verpakt in een donker jasje en een broek. Als ze nu eens een zijden bloesje met een diep decolleté aantrok, hadden we er ten minste nog plezier van gehad. Haha! Nee, geintje. Maar hé, ze is toch geen pot of zo? Het oog wil ook wat. Proost!

Luister. Pas noemde ik haar tijdens een bedrijfsborrel ‘Barbie’. Eigenlijk per ongeluk. Wérd ze toch kwaad! Ze foeterde over rolmodellen en domme blondjes. Vertel mij wat, onze meiden waren vroeger uren aan het prutsen met al die barbiekleertjes. Gelukkig ken ik mijn klassiekers, dus suste ik haar met het verhaal dat de barbiepop ooit ontworpen was naar een feministische modelvrouw. Lilli, een geweldige strip met kantoorhumor in Bild. En even onder ons gezegd: een lekker wijf. Wordt Barbara nog kwaaier! Lilli was een leeghoofd waar mannen op geilden, gilde ze. We hebben daarna geen woord meer tegen elkaar gezegd.

Nee, ze is me toen vies tegengevallen. Terwijl ik altijd loyaal naar haar ben geweest. Maar ja, het blijft een vrouw, hè. Die schieten meteen in de emoties. Je kunt er toch niet echt op bouwen. Het zijn geen leiderstypes. Dus nu hoop ik maar dat ze zelf haar conclusies trekt.’